Citaat | Hoge Raad 14 februari 1990
Alinea 101 Hoge Raad 14 februari 1990
Een alinea uit Hoge Raad 14 februari 1990, ECLI:NL:HR:1990:ZC4233.
4.1. Het Hof heeft als vaststaande aangemerkt: dat belanghebbende in zijn aangifte voor het onderhavige jaar heeft opgevoerd een bedrag van f 73.131,16 aan buitengewone lasten wegens uitgaven tot voorziening in het levensonderhoud van zijn op 13 november 1958 geboren, niet tot zijn huishouding behorende dochter; dat daarvan bij het vaststellen van de aanslag f 23.131,16 in aftrek is toegelaten; voorts dat de Inspecteur in het kader van de behandeling van het bezwaarschrift aan belanghebbende heeft verzocht alle stukken over te leggen die betrekking hebben op de gevraagde aftrek en dat belanghebbende daaraan heeft voldaan; ten slotte dat de Inspecteur bij de uitspraak op het bezwaarschrift de aftrek heeft berekend op 4 x f 1.800,--, zijnde, gelet op de leeftijd van de dochter, het maximumbedrag op jaarbasis van artikel 3b, lid 2, letter b, van de Uitvoeringsbeschikking inkomstenbelasting 1964 en het bij de aanslagregeling teveel in aftrek toegelatene heeft verrekend met een in het bezwaarschrift opgevoerde op belanghebbendes winst uit onderneming drukkende kostenpost.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/03bbcd7e3d1f15ffa6a56d04b037bb4b1f29b55f208643df2baf9ca68cfc01e1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 03bbcd7e3d1f15ffa6a56d04b037bb4b1f29b55f208643df2baf9ca68cfc01e1, en de alinea staat in dat document op bytes 21518 tot 22614.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/03bbcd7e3d1f15ffa6a56d04b037bb4b1f29b55f208643df2baf9ca68cfc01e1 | shasum -a 256