Citaat | Hoge Raad 30 mei 1990
Alinea 77 Hoge Raad 30 mei 1990
Een alinea uit Hoge Raad 30 mei 1990, ECLI:NL:HR:1990:ZC4297.
Het Hof heeft ook de vereiste financiële verwevenheid aanwezig geacht en grondt zulks op de omstandigheid dat belangrijke financiële beslissingen van de aangesloten instellingen goedkeuring van [A] behoeven en dat in nauwe onderlinge, financiële samenwerking en afhankelijkheid tussen belanghebbende en de aangesloten instellingen wordt getracht hun gemeenschappelijk doel te verwezenlijken. Naar het voorkomt zijn deze gronden echter ontoereikend om tot financiële verwevenheid in de zin van artikel 7, lid 4, van de Wet te kunnen concluderen. Een dergelijke verwevenheid doet zich eerst voor, indien hetzij het ene lichaam de meerderheid bezit van de aandelen in de andere lichamen dan wel de meerderheid van alle aandelen in handen is van een derde hetzij het ene lichaam op andere wijze voor méér dan 50 procent deelneemt in het bedrijfskapitaal van de andere lichamen. Ter zake moge worden verwezen naar de met betrekking tot het begrip fiscale eenheid gevormde jurisprudentie, hetwelk wat de omzetbelasting betreft grotendeels onder de vigeur van de tot 1 januari 1969 geldende wetgeving in de jurisprudentie van de Tariefcommissie is ontwikkeld en ten aanzien waarvan blijkens de wetsgeschiedenis de wetgever continuïteit heeft gewenst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efe5c818014024baad037db3f98db24f5c2651dce344b0c58f9232524c564f52. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efe5c818014024baad037db3f98db24f5c2651dce344b0c58f9232524c564f52, en de alinea staat in dat document op bytes 25739 tot 27002.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/efe5c818014024baad037db3f98db24f5c2651dce344b0c58f9232524c564f52 | shasum -a 256