Citaat | Hoge Raad 21 november 1990
Alinea 263 Hoge Raad 21 november 1990
Een alinea uit Hoge Raad 21 november 1990, ECLI:NL:HR:1990:ZC4447.
In het arrest van de Hoge Raad van 2 juli 1986 (V.N. 2 augustus 1986, blz. 1668) is ten aanzien van de deelnemingsvrijstelling beslist dat deze vrijstelling kan worden verleend ter zake van een voordeel uit hoofde van aandelen dat dateert uit de periode waarin artikel 13 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 van toepassing was, doch dat eerst nadien werd gerealiseerd. Dit resultaat wordt bereikt door op het moment van overgang van de onbelaste naar de belaste sfeer de deelneming te waarderen op de werkelijke waarde. In casu is sprake van een analoge situatie: er vindt een overgang plaats van de onbelaste naar de belaste sfeer. Zonder activering van de goodwill zou de stichting bij een latere vervreemding van haar onderneming een fiscaal resultaat behalen, waarin - geheel ten onrechte - de waardeverandering daterend uit de onbelaste tijd is begrepen. Dit is een inbreuk op een juiste bepaling van de jaarwinst. Ten einde de jaarwinst juist te bepalen dient de aanwezige goodwill derhalve geactiveerd te worden op de fiscale beginbalans. Vervolgens staat goed koopmansgebruik toe om op goodwill af te schrijven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed134baf99ebd70712e39a22704c37282a3f4b69ab1b7710066c42e18e8c27a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed134baf99ebd70712e39a22704c37282a3f4b69ab1b7710066c42e18e8c27a3, en de alinea staat in dat document op bytes 37584 tot 38725.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed134baf99ebd70712e39a22704c37282a3f4b69ab1b7710066c42e18e8c27a3 | shasum -a 256