Citaat | Hoge Raad 5 maart 1991
Alinea 35 Hoge Raad 5 maart 1991
Een alinea uit Hoge Raad 5 maart 1991, ECLI:NL:HR:1991:AB9065.
De Rechtbank had derhalve krachtens artikel 28 Uitleveringswet moeten concluderen tot ontoelaatbaarheid van de gevraagde uitlevering, nu niet is voldaan aan de vereisten van de artikelen 18 Uitleveringswet en 12 Europees Uitleveringsverdrag danwel nadere inlichtingen aan de Duitse autoriteiten moeten vragen. Door zulks na te laten en de uitlevering op onjuiste gronden toelaatbaar te verklaren, althans het door requirant gevoerde verweer op onjuiste grond te verwerpen, is er sprake van schending van het recht danwel verzuim van vormen waarvan niet-naleving nietigheid medebrengt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be20e4e5e51b1937ebbf82ab03da5a0d72421b7ae45d58378660ce456eacb0bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be20e4e5e51b1937ebbf82ab03da5a0d72421b7ae45d58378660ce456eacb0bf, en de alinea staat in dat document op bytes 11484 tot 12081.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/be20e4e5e51b1937ebbf82ab03da5a0d72421b7ae45d58378660ce456eacb0bf | shasum -a 256