Citaat | Hoge Raad 22 maart 1991

Alinea 34 Hoge Raad 22 maart 1991

Een alinea uit Hoge Raad 22 maart 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0182.

Als verweer van de verste strekking heeft de Bank aangevoerd dat deze vermindering niet valt aan te merken als "voldoening, door den schuldenaar, aan eene opeischbare schuld" in de zin van genoemde bepaling. Dit verweer werd verworpen door de Rechtbank, maar gegrond bevonden door het Hof (te 's-Hertogenbosch), dat daarom aan de curator diens vordering ontzegde. In zijn onder 1. genoemde arrest heeft de Hoge Raad deze uitspraak echter vernietigd, oordelend dat (ook) de vermindering van de opeisbare schuld van de schuldenaar aan zijn bank welke van rechtswege resulteert uit het crediteren van zijn bankrekening als gevolg van een storting door een van zijn debiteuren, valt onder de werking van art. 47.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86c545cc2c1c6ba44dd1bdad683161854eb439852093cde3454a30953b1554f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86c545cc2c1c6ba44dd1bdad683161854eb439852093cde3454a30953b1554f9, en de alinea staat in dat document op bytes 9677 tot 10398.