Citaat | Hoge Raad 22 maart 1991
Alinea 42 Hoge Raad 22 maart 1991
Een alinea uit Hoge Raad 22 maart 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0182.
De rechtsoverwegingen 15 en 22 van het Hof moeten in onderling verband zo worden verstaan dat, naar het feitelijk oordeel van het Hof: (1) de stellingen van de Bank erop neerkwamen dat de vordering van [A] op [B] (ter voldoening waarvan [B] het haar door de Bank ter beschikking gestelde bedrag van f 750.000,-- aanwendde) in maart 1982 "oninbaar" was omdat [B] zelf niet over middelen beschikte om deze vordering te voldoen, terwijl zij geen verhaal bood daar al haar activa aan de Bank waren overgedragen, en (2) deze stellingen waren komen vast te staan doordat zij door de curator onvoldoende waren weersproken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86c545cc2c1c6ba44dd1bdad683161854eb439852093cde3454a30953b1554f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86c545cc2c1c6ba44dd1bdad683161854eb439852093cde3454a30953b1554f9, en de alinea staat in dat document op bytes 13380 tot 14044.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/86c545cc2c1c6ba44dd1bdad683161854eb439852093cde3454a30953b1554f9 | shasum -a 256