Citaat | Hoge Raad 22 maart 1991
Alinea 29 Hoge Raad 22 maart 1991
Een alinea uit Hoge Raad 22 maart 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0188.
3.1 De Rechtbank heeft [verweerder] in het door deze tegen de beschikking van de Kantonrechter ingestelde hoger beroep, in weerwil van het bepaalde in art. 1639w lid 11 BW, ontvangen op grond van haar oordeel: dat [verweerder] voor het (doen) uiteenzetten van de aard van de psychische aandoening waarop hij zich ten verweer tegen het verzoek van [verzoekster] tot ontbinding van hun arbeidsovereenkomst had beroepen, was aangewezen op medische bijstand, hetzij ter zitting dan wel in nadere rapportage; dat tegen deze achtergrond het door hem in eerste aanleg gedane bewijsaanbod niet anders gezien kan worden dan als een gerechtvaardigd verzoek tot het doen van een noodzakelijke nadere (deskundige) uiteenzetting omtrent die psychische aandoening; dat de bescherming door het beginsel van hoor en wederhoor zich daartoe uitstrekt; en dat het passeren door de Kantonrechter van dat verzoek, nu [verweerder] dientengevolge onvoldoende in de gelegenheid is gesteld tegen het ontbindingsverzoek verweer te voeren, derhalve een verzuim van zo essentiële vormen oplevert, dat hij in zijn hoger beroep ontvankelijk is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea81920f101261e1ff299ae54348684298b0ed9dfeb5fa84ce92076f0f0f5fbc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea81920f101261e1ff299ae54348684298b0ed9dfeb5fa84ce92076f0f0f5fbc, en de alinea staat in dat document op bytes 7500 tot 8628.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea81920f101261e1ff299ae54348684298b0ed9dfeb5fa84ce92076f0f0f5fbc | shasum -a 256