Citaat | Hoge Raad 22 maart 1991

Alinea 31 Hoge Raad 22 maart 1991

Een alinea uit Hoge Raad 22 maart 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0188.

3.2 Bij de vorming van dit rechtsoordeel is de Rechtbank klaarblijkelijk — en terecht — ervan uitgegaan dat een klacht betreffende verzuim van essentiële vormen bij de totstandkoming van een beschikking als de onderhavige waartegen geen hoger beroep openstaat, slechts dan tot ontvankelijkheid van het hoger beroep leidt, wanneer aan die klacht ten grondslag ligt dat een zo fundamenteel rechtsbeginsel is veronachtzaamd dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak niet meer kan worden gesproken, zoals in geval van veronachtzaming van het beginsel van hoor en wederhoor (HR 4 maart 1988, NJ 1989, 4).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea81920f101261e1ff299ae54348684298b0ed9dfeb5fa84ce92076f0f0f5fbc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea81920f101261e1ff299ae54348684298b0ed9dfeb5fa84ce92076f0f0f5fbc, en de alinea staat in dat document op bytes 8921 tot 9557.