Citaat | Hoge Raad 22 december 1992
Onder 2 Hoge Raad 22 december 1992
Een alinea uit Hoge Raad 22 december 1992, ECLI:NL:HR:1992:1.
II. Schending en/of verkeerde toepassing door het Hof van de artikelen 57, 266 en 267 Sr. en 350, 351, 352, 358, 359, 415, 422 en 423 Sv. In de fase van het onderzoek, het g.v.o. en het onderzoek ter terechtzitting zijn op zeker moment twee versies van het op 27 januari 1989 op ambtseed opgemaakt proces-verbaal 04/1989 in het strafdossier aanwezig. Met betrekking tot de geconstateerde verwisseling van pagina 2 van p.v. 04/1989 vermeldt het nadien op 30 oktober 1989 opgemaakte proces-verbaal van bevindingen nr. 88/1989 (overigens niet compleet door het niet bijvoegen van de foute pagina 2) dat er kennelijk een verzuim is begaan. Dienaangaande overweegt het Hof op onbegrijpelijke gronden dat op pagina 2 van het p.v. 04/1989 geen bevindingen van verbalisanten zijn geconstateerd, dat de verbalisanten eerst op pagina 3 van het genoemd proces-verbaal melding maken van hun bevindingen in deze zaak. Op pagina 2 schrijven verbalisanten dat zij een onderzoek hebben ingesteld in verband met de verspreiding te Haaren van een tweetal geschriften met beledigende inhoud, hetwelk zij na aanhef op diezelfde pagina 2 doen volgen door een relaas over de Heren [verdachte] en [betrokkene 2] bewoners van het recreatiegebied [A] te [woonplaats] met gegevens over dat gebied en zijn bewoners. Een aantal daarvan met name [verdachte] (Sen.) verzet zich tegen het beleid van de Gemeentelijke Overheid met betrekking tot dat gebied met alles wat hem ten dienste staat tegen vrijwel elk plan of voorstel. Dit relaas van verbalisanten beginnend op pagina 2 houdt “bevindingen” die worden vervolgd op pagina 3 en de volgende pagina’s. Bovendien is voor de door het Hof weergegeven verklaring van de verdachte tevreden te zijn met de verklaring van verbalisanten in het voornoemd proces-verbaal geen grondslag te vinden in het proces-verbaal van de terechtzitting. Het verwisselen van een pagina in een afgesloten proces-verbaal op zich beschouwd en het verzuim van het Openbaar Ministerie vormen een ernstige inbreuk op het vertrouwen in de gaafheid en de echtheid van gerechtelijke stukken. Aan het proces-verbaal kleeft derhalve de smet van onbehoorlijk bewijs, bevat onbehoorlijke bewijsgaring, zodat het niet kan dienen als grondslag voor bewezenverklaring van het Hof dat verdachte het tenlaste gelegde feit heeft gepleegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efaafd7ffc0f784a77d3fa4d9d8df6ebc2b7b57fc58445ec19308603053af0cc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efaafd7ffc0f784a77d3fa4d9d8df6ebc2b7b57fc58445ec19308603053af0cc, en de alinea staat in dat document op bytes 7177 tot 9671.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/efaafd7ffc0f784a77d3fa4d9d8df6ebc2b7b57fc58445ec19308603053af0cc | shasum -a 256