Citaat | Hoge Raad 22 december 1992

Onder 4.2. Hoge Raad 22 december 1992

Een alinea uit Hoge Raad 22 december 1992, ECLI:NL:HR:1992:1.

Ik ben de zoon van een van de bewoners van het recreatiegebied [A] te [woonplaats] . U houdt mij een schrijven voor, ondertekend door [verdachte] (verdachte) en gedateerd 5 december 1988. Ik ken dit rondschrijven. Ik ken de inhoud daarvan niet goed. Ik heb dit rondschrijven niet geheel doorgelezen. Ik heb samen met [betrokkene 2] voor de verspreiding van dit schrijven zorg gedragen. Ik heb dit schrijven van mijn vader (verdachte) ontvangen, die op een vakantieadres verbleef. Na het geschrift werd duidelijk dat dit door sommige mensen als beledigend werd opgevat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efaafd7ffc0f784a77d3fa4d9d8df6ebc2b7b57fc58445ec19308603053af0cc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efaafd7ffc0f784a77d3fa4d9d8df6ebc2b7b57fc58445ec19308603053af0cc, en de alinea staat in dat document op bytes 16219 tot 16800.