Citaat | Hoge Raad 28 februari 1992

Alinea 40 Hoge Raad 28 februari 1992

Een alinea uit Hoge Raad 28 februari 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0527.

Het ligt voor de hand dit stelsel van aanvullende rechtsbescherming ook te aanvaarden voor de verhouding tussen burgerlijke rechter en ambtenarenrechter, tenzij de Ambtenarenwet tot een andere opvatting zou nopen. Dit. is echter niet het geval. De tekst van art. 3 dwingt: . . niet tot een andere opvatting. De wetsgeschiedenis, waarop de Hoge Raad in het arrest van 13 november 1941 tevens een beroep heeft gedaan, kan in het licht van de rechtsontwikkeling thans geen gewichtige factor meer zijn. De strekking van de Ambtenarenwet brengt veeleer mede dat aan de ambtenaar een zo volledig mogelijke rechtsbescherming dient te worden geboden. In dit verband verdient aantekening dat ook de Centrale Raad van Beroep klaarblijkelijk ervan uitgaat dat de burgerlijke rechter bevoegd is aanvullende rechtsbescherming te verlenen (CRVB 11 april 1991, AB 1991, 469).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e5142d4d99e89630567dbeaa089f3ec69f779214a48f454a3bad35856b1f7f99. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e5142d4d99e89630567dbeaa089f3ec69f779214a48f454a3bad35856b1f7f99, en de alinea staat in dat document op bytes 11562 tot 12435.