Citaat | Hoge Raad 16 maart 1993
Onder 3.1 Hoge Raad 16 maart 1993
Een alinea uit Hoge Raad 16 maart 1993, ECLI:NL:HR:1993:AD1844.
In het tussenarrest van 6 december geeft het Hof de gang van zaken weer. Verdachte kreeg op 24 april 1990 in persoon uitgereikt een dagvaarding om ter terechtzitting van de Politierechter van 2 mei 1990 te verschijnen. Op die dag verschijnt verdachte (evenals de beledigde partij) ter zitting, en hij vraagt een aanhouding om zich van rechtsbijstand te voorzien. Dat verzoek wordt ingewilligd, en de zaak wordt voor bepaalde tijd, tot 5 juni 1990 te 9.00 uur, aangehouden. Blijkens een ‘’aantekening mondeling vonnis’’ d.d. 5 juni 1990, bevattend de aanduiding ‘’VERSTEK’’ (een slordigheid die vergaande gevolgen zal hebben), verschijnt verdachte op die datum niet, en vindt er een veroordeling plaats tot een gevangenisstraf van drie maanden waarvan twee voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Een beslissing op de vordering van de beledigde partij wordt node gemist.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7d7f74210205d8283b16e23bf7f08fd2dfb0083c07f43f93871b173605d25c62. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7d7f74210205d8283b16e23bf7f08fd2dfb0083c07f43f93871b173605d25c62, en de alinea staat in dat document op bytes 8760 tot 9667.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7d7f74210205d8283b16e23bf7f08fd2dfb0083c07f43f93871b173605d25c62 | shasum -a 256