Citaat | Hoge Raad 16 maart 1993

Onder 3.5 Hoge Raad 16 maart 1993

Een alinea uit Hoge Raad 16 maart 1993, ECLI:NL:HR:1993:AD1844.

Het is verre van ondenkbaar, dat situaties als deze zich in de toekomst weer zullen voordoen. Ik vestig er de aandacht op, dat aanvaarding van ’s Hofs redenering leidt tot onaanvaardbare consequenties. Hoe zou het Hof hebben moeten beslissen, als in een soortgelijke situatie bij eindvonnis van de Politierechter (bijvoorbeeld wegens handelen in strijd met art. 254 lid 1 sub 2) een in beslag genomen kudde schapen verbeurd was verklaard, en het parket onmiddellijk tot verkoop was over gegaan ? Hoe zou geoordeeld zijn, als de Politierechter een ontzegging van de rijbevoegdheid had opgelegd, die 22 dagen na de uitspraak van rechtswege was ingegaan ? Deze voorbeelden lijken te illustreren, dat het Gerechtshof te gemakkelijk een (twijfelachtig) vertrouwensbeginsel heeft laten prevaleren boven andere belangen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7d7f74210205d8283b16e23bf7f08fd2dfb0083c07f43f93871b173605d25c62. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7d7f74210205d8283b16e23bf7f08fd2dfb0083c07f43f93871b173605d25c62, en de alinea staat in dat document op bytes 13409 tot 14238.