Citaat | Hoge Raad 24 september 1993

Alinea 39 Hoge Raad 24 september 1993

Een alinea uit Hoge Raad 24 september 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC1073.

( v) Op het door [eiser] tegen dit vonnis ingestelde hoger beroep heeft het Hof omtrent de subsidiaire grondslag overwogen dat indien al zou worden aangenomen dat de onroerende zaak voor een te hoog bedrag is verkocht en dat [eiser] als gevolg daarvan ten laste van de vennootschap met een aanzienlijk bedrag is bevoordeeld, de vennootschap daaraan bewust heeft meegewerkt en ermee heeft ingestemd. Er is, aldus het Hof ‘’onder die omstandigheden geen enkele grond om het handelen van [eiser] te dezen onrechtmatig te achten ten opzichte van [A] B.V.’’. Omtrent de primaire grondslag van de vordering heeft het Hof overwogen dat de Rechtbank in haar overwegingen weliswaar een eindbeslissing heeft gegeven, maar dienaangaande nog geen eindvonnis heeft gewezen omdat in het dictum een beslissing daaromtrent ontbreekt. Vervolgens heeft het Hof, met vernietiging van het bestreden vonnis, aan de curator diens op de subsidiaire grondslag ingestelde vordering ontzegd en de zaak naar de rechtbank verwezen voor einduitspraak op de door de curator op de primaire grondslag ingestelde vordering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c19c8317ec98b89e2a261068e78ff3e2377c934fe305cfe03f2bc6590531da5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c19c8317ec98b89e2a261068e78ff3e2377c934fe305cfe03f2bc6590531da5, en de alinea staat in dat document op bytes 10275 tot 11387.