Citaat | Hoge Raad 30 november 1994
Alinea 6 Hoge Raad 30 november 1994
Een alinea uit Hoge Raad 30 november 1994, ECLI:NL:HR:1994:AA2998.
4. Na cassatie In de rechtsoverwegingen 3.5 en 3.6 is ervan uitgegaan dat de onderverhuur door de dochter niet het karakter heeft van tijdelijk ter beschikking stellen in de zin van artikel 42a, lid 9, (tekst 1989) van de Wet. Zou daarvan wel sprake zijn, dan zou de onderverhuur geen invloed hebben op de aftrekbaarheid van de kosten bij belanghebbende. In dat geval immers zou voor de woning het huurwaardeforfait, zij het aan de opbrengstzijde op andere wijze geforfaiteerd, van toepassing blijven. Nu uit de uitspraak van het Hof en de stukken van het geding niet blijkt dat de Inspecteur heeft aangevoerd dat de verhuur het karakter had van tijdelijk ter beschikking stellen in even bedoelde zin is voor het aanvoeren van die stelling na cassatie geen plaats meer.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e509ab21db160eb4c757c23e72b25a276ad91db2cb4f89c55eb7a98f886c3c77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e509ab21db160eb4c757c23e72b25a276ad91db2cb4f89c55eb7a98f886c3c77, en de alinea staat in dat document op bytes 10250 tot 11033.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e509ab21db160eb4c757c23e72b25a276ad91db2cb4f89c55eb7a98f886c3c77 | shasum -a 256