Citaat | Hoge Raad 30 november 1994
Alinea 5 Hoge Raad 30 november 1994
Een alinea uit Hoge Raad 30 november 1994, ECLI:NL:HR:1994:AA3003.
3. Beoordeling van het middel van cassatie 3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan: 3.1.1. Belanghebbende heeft, nadat op 17 april 1991 haar statuten waren gewijzigd, op die datum een dividend uitgekeerd ten bedrage van f 413.889,--, bestaande uit bonusaandelen tot een bedrag van f 372.500,-- nominaal, en contanten ten bedrage van f 41.389,--. 3.1.2. Een verzoek als bedoeld in artikel 58, lid 7, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (tekst 1991, hierna: de Wet) is niet vóór de kapitaalsvergroting schriftelijk ingediend bij de inspecteur. 3.1.3. Op 13 mei 1991 is een aangiftebiljet dividendbelasting ingekomen bij het ontvangkantoor te P. De aangifte had betrekking op voornoemde dividenduitkering. Aangegeven en afgedragen werd een bedrag van f 41.389,-- aan dividendbelasting, zijnde 10% van het dividend. In het aangiftebiljet is vermeld dat sprake was van uitdelingen van winst, voortvloeiende uit een herkapitalisatie als bedoeld in artikel 58 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (tekst 1991, hierna: de Wet).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/463f8d3976c83a554e4741aa1246329fa382d06cec61b618902e3f8a4ab2712e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 463f8d3976c83a554e4741aa1246329fa382d06cec61b618902e3f8a4ab2712e, en de alinea staat in dat document op bytes 5000 tot 6059.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/463f8d3976c83a554e4741aa1246329fa382d06cec61b618902e3f8a4ab2712e | shasum -a 256