Citaat | Hoge Raad 30 november 1994

Alinea 7 Hoge Raad 30 november 1994

Een alinea uit Hoge Raad 30 november 1994, ECLI:NL:HR:1994:AA3003.

3.2. Het Hof heeft overwogen dat de inspecteur zich ter zitting terecht op het standpunt heeft gesteld dat nader onderzoek van de (tardief verstrekte) gegevens nodig is, en heeft verstaan dat de Inspecteur het verzoek van 9 juni 1993 zal beoordelen en daarop een uitspraak zal doen. Het Hof heeft voorts geoordeeld dat belanghebbende en haar directeur-grootaandeelhouder door een beslissing waarbij het Hof de uitspraak van de Inspecteur zal bevestigen, niet in hun processuele mogelijkheden zijn geschaad. Dit oordeel geeft echter blijk van een onjuiste rechtsopvatting, nu - naar in 's Hofs overwegingen ligt besloten - niet bij voorbaat was uitgesloten dat het verzoek, hoewel niet tijdig gedaan, zou kunnen worden ingewilligd, en toewijzing van het verzoek tot een andersluidende beslissing van het Hof zou dienen te leiden. In zodanig geval brengen de eisen van een behoorlijke rechtspleging met zich dat de behandeling van de zaak wordt aangehouden totdat de inspecteur belast met de aanslagregeling voor de vennootschapsbelasting - eventueel ambtshalve - op het verzoek heeft beslist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/463f8d3976c83a554e4741aa1246329fa382d06cec61b618902e3f8a4ab2712e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 463f8d3976c83a554e4741aa1246329fa382d06cec61b618902e3f8a4ab2712e, en de alinea staat in dat document op bytes 6746 tot 7852.