Citaat | Hoge Raad 10 mei 1994

Alinea 27 Hoge Raad 10 mei 1994

Een alinea uit Hoge Raad 10 mei 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC9727.

Ten aanzien van de 66 cheques en girobetaalkaarten, stelt de rechtbank vast dat deze niet meer nodig zijn voor het aan de dag brengen van de waarheid en niet vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer of verbeurdverklaring. Het belang van de strafvordering verzet zich met betrekking tot deze voorwerpen dus niet tegen opheffing van het beslag. Voorts acht de rechtbank aannemelijk geworden, dat restaurant [A] van deze cheques en girobetaalkaarten de eigenaar was en dat dit restaurant het bezit van deze cheques en girobetaalkaarten door diefstal heeft verloren. Namens dit restaurant is op 1 februari 1993 in raadkamer teruggave van die cheques en girobetaalkaarten gevraagd. Klager heeft geen verklaring gegeven omtrent de wijze waarop hij in het bezit van deze voorwerpen is gekomen. Nu klager niet in enig redelijk belang wordt geschaad door teruggave van deze voorwerpen aan het restaurant, zal de rechtbank het beklag van K. ten aanzien van deze voorwerpen ongegrond verklaren en tevens een last geven tot teruggave van deze voorwerpen aan het restaurant.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ec8d12228bd02df034e2f6e9ca56c34ef7a47e6253bfa3b34d75cc9f28911df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ec8d12228bd02df034e2f6e9ca56c34ef7a47e6253bfa3b34d75cc9f28911df, en de alinea staat in dat document op bytes 10380 tot 11460.