Citaat | Hoge Raad 10 mei 1994

Alinea 29 Hoge Raad 10 mei 1994

Een alinea uit Hoge Raad 10 mei 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC9727.

Voorts acht de rechtbank aannemelijk geworden, dat [betrokkene 1] van dit paspoort de eigenaar was en dat hij het bezit van dit paspoort door diefstal heeft verloren. [betrokkene 1] heeft op 1 februari 1993 in raadkamer teruggave van dat paspoort aan hem gevraagd. Klager heeft geen verklaring gegeven omtrent de wijze waarop hij in het bezit van dit paspoort is gekomen. Nu klager niet in enig redelijk belang wordt geschaad door teruggave van dit paspoort aan [betrokkene 1], zal de rechtbank het beklag van [klager] ten aanzien van dit paspoort ongegrond verklaren en tevens een last geven tot teruggave van dit paspoort aan [betrokkene 1].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ec8d12228bd02df034e2f6e9ca56c34ef7a47e6253bfa3b34d75cc9f28911df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ec8d12228bd02df034e2f6e9ca56c34ef7a47e6253bfa3b34d75cc9f28911df, en de alinea staat in dat document op bytes 11831 tot 12488.