Citaat | Hoge Raad 10 mei 1994

Alinea 31 Hoge Raad 10 mei 1994

Een alinea uit Hoge Raad 10 mei 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC9727.

5.1. De Rechtbank heeft ten aanzien van de hiervoren bedoelde 66 cheques en girobetaalkaarten en het paspoort vastgesteld dat deze voorwerpen niet langer nodig zijn voor het veiligstellen van de belangen waarvoor art. 94 Sv inbeslagneming toestaat. Dat brengt mee dat de Rechtbank het beklag met betrekking tot die voorwerpen gegrond had moeten verklaren. Art. 552a, zesde lid, Sv bepaalt dat de rechter in dat geval de daarmee overeenkomende last geeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ec8d12228bd02df034e2f6e9ca56c34ef7a47e6253bfa3b34d75cc9f28911df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ec8d12228bd02df034e2f6e9ca56c34ef7a47e6253bfa3b34d75cc9f28911df, en de alinea staat in dat document op bytes 12655 tot 13123.