Citaat | Hoge Raad 18 oktober 1995
Alinea 8 Hoge Raad 18 oktober 1995
Een alinea uit Hoge Raad 18 oktober 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1522.
3.1.3. Tot het ondernemingsvermogen van belanghebbende behoorden per het overgangstijdstip onder meer een melkquotum van 566.657 kg, gebouwen, een veestapel en omstreeks 45 ha. grond. Bij de berekening van voormeld aandelenkapitaal van ƒ 3.278.000,-- hebben belanghebbende en de BV zich op het standpunt gesteld dat voor de waarde in het economische verkeer van de landbouwgrond dient te worden uitgegaan van de zogenoemde vrije waarde van die landbouwgrond van ƒ 1.337.000,-- . Bij het vaststellen van de onderhavige aanslag heeft de Inspecteur zich op het standpunt gesteld, dat geen sprake kan zijn van een geruisloze inbreng als bedoeld in artikel 18 van de Wet, nu de waarde van de landerijen niet hoger is dan ƒ 668.898,--, zodat belanghebbende en de BV niet hebben voldaan aan het in de zevende voorwaarde bepaalde, volgens hetwelk het nominaal geplaatste aandelenkapitaal moet worden bepaald aan de hand van de waarde in het economische verkeer, welke op het overgangstijdstip aan het vermogen van de ingebrachte onderneming kan worden toegekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96fff9fb8eeae63ef6b9ecca576431c3daab8b1b70a315cb948faa48feada489. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96fff9fb8eeae63ef6b9ecca576431c3daab8b1b70a315cb948faa48feada489, en de alinea staat in dat document op bytes 6697 tot 7768.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/96fff9fb8eeae63ef6b9ecca576431c3daab8b1b70a315cb948faa48feada489 | shasum -a 256