Citaat | Hoge Raad 29 maart 1995

Alinea 6 Hoge Raad 29 maart 1995

Een alinea uit Hoge Raad 29 maart 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1528.

3.2. Het Hof heeft geoordeeld dat, nu belanghebbende in zijn - met behulp van een professionele belastingadviseur ingevulde - aangiften voor de inkomstenbelasting zijn werk als dirigent/repetitor heeft ingedeeld in gedeelten die loon uit dienstbetrekking en die winst uit onderneming opleverden, het vermoeden gerechtvaardigd is dat belanghebbende het laatstbedoelde gedeelte van het werk in de zelfstandige uitoefening van een beroep heeft verricht. Het Hof heeft verworpen belanghebbendes stellingen dat hij met het werk dat de opbrengsten heeft opgeleverd, niet aan het maatschappelijk/economische verkeer heeft deelgenomen, dat hij met dit werk niet duurzaam heeft gestreefd naar het bevredigen van maatschappelijke behoeften en dat hij dit werk niet zelfstandig heeft verricht. Het Hof heeft vervolgens geoordeeld dat belanghebbende, mede gelet op het niveau van de opbrengsten, de aanwending door belanghebbende van bedrijfsmiddelen en het tijdsbeslag van de desbetreffende werkzaamheden, met betrekking tot de opbrengsten voor de heffing van de omzetbelasting als ondernemer was aan te merken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b5accdc79c7c2d73851a1a61f4769d9fce6fc454150b9a3868ae65dadb0d6a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b5accdc79c7c2d73851a1a61f4769d9fce6fc454150b9a3868ae65dadb0d6a6, en de alinea staat in dat document op bytes 6823 tot 7937.