Citaat | Hoge Raad 29 maart 1995

Alinea 9 Hoge Raad 29 maart 1995

Een alinea uit Hoge Raad 29 maart 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1528.

3.5. Middel II, dat zich tegen het hiervóór in 3.4 laatstgenoemde oordeel van het Hof richt, kan niet tot cassatie leiden, aangezien dit oordeel niet blijk geeft van een onjuiste opvatting omtrent het in die Resolutie bepaalde, en het als verweven met waarderingen van feitelijke aard voor het overige in cassatie niet op zijn juistheid kan worden getoetst. Het is ook niet ontoereikend gemotiveerd. Omtrent de vraag of belanghebbende over door bepaalde koren aan hem betaalde vergoedingen waarop loonbelasting is ingehouden, omzetbelasting verschuldigd was, behoefde het Hof zich niet uit te laten, omdat zulks geen onderdeel van de rechtsstrijd uitmaakte. Voor zover het middel betoogt dat het Hof ten onrechte niet is ingegaan op het door belanghebbende in zijn pleitnota voor het Hof gedane bewijsaanbod, kan het niet tot cassatie leiden, nu het Hof de te bewijzen aangeboden feiten kennelijk - en terecht - niet relevant heeft geacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b5accdc79c7c2d73851a1a61f4769d9fce6fc454150b9a3868ae65dadb0d6a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b5accdc79c7c2d73851a1a61f4769d9fce6fc454150b9a3868ae65dadb0d6a6, en de alinea staat in dat document op bytes 10395 tot 11350.