Citaat | Hoge Raad 19 april 1995
Alinea 19 Hoge Raad 19 april 1995
Een alinea uit Hoge Raad 19 april 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1532.
3.2.1. Het Hof heeft geoordeeld dat weliswaar de doorslaggevende beweegreden voor de liquidaties de besparing van Nederlandse vennootschapsbelasting was, maar dat niet kan worden geoordeeld dat de liquidaties van B en C uitsluitend of nagenoeg uitsluitend uit fiscale overwegingen hebben plaatsgevonden, en dat, nu de liquidatie van B plaatsvond in het kader van een reorganisatie en een algehele heroriëntatie van het concern, en door middel van deze liquidatie reële, in Amerika geleden verliezen bij belanghebbende werden verrekend, - hoezeer die liquidatie ook plaatsvond met het oog op belastingbesparing - niet kan worden geoordeeld dat aan de liquidatie elke redelijke grond ontbrak noch dat het fiscale gevolg van deze liquidatie zo zeer in strijd komt met de strekking van artikel 13, lid 5, (tekst 1981) van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: de Wet), dat toepassing van die bepaling achterwege zou moeten blijven, en dat hetzelfde ook moet gelden voor de liquidatie van C.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee6d7fd09afda667bac7915cb515d18543b41eb32d595f8a8d7fa39c7dfdefe2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee6d7fd09afda667bac7915cb515d18543b41eb32d595f8a8d7fa39c7dfdefe2, en de alinea staat in dat document op bytes 9425 tot 10441.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee6d7fd09afda667bac7915cb515d18543b41eb32d595f8a8d7fa39c7dfdefe2 | shasum -a 256