Citaat | Hoge Raad 12 april 1995
Alinea 5 Hoge Raad 12 april 1995
Een alinea uit Hoge Raad 12 april 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1543.
3. Beoordeling van het middel van cassatie 3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan: 3.1.1. Belanghebbende was voor het onderhavige boekjaar gebonden aan een CAO-regeling inzake vervroegd uittreden van werknemers (hierna: de VUT-regeling). Met de uitvoering van de VUT-regeling was de Stichting B (hierna: B) belast. Volgens de VUT-regeling dienden de werkgevers aan B als bijdrage jaarlijks een percentage van de loonsom te betalen. Deze gelden dienden ter financiering van de kosten in verband met vrijwillig vervroegd uittreden van werknemers die van de regeling gebruik maakten. B paste een omslagstelsel toe en streefde niet naar vermogensvorming. De VUT-regeling is op 1 januari 1982 ingegaan en zou eindigen op 31 augustus 1985. Indien de VUT-regeling na 31 augustus 1985 niet zou worden voortgezet, zouden de aanspraken en rechten uit hoofde van de VUT-regeling geldend blijven en zouden de daaruit voortvloeiende lasten tot 31 augustus 1988 worden gefinancierd met inachtneming c.q. analoge toepassing van de bepalingen van de VUT-regeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8597c134c7884be8cc09a6270098b92944e76031c3c433c0a6d63b0ffed6dc7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8597c134c7884be8cc09a6270098b92944e76031c3c433c0a6d63b0ffed6dc7, en de alinea staat in dat document op bytes 5038 tot 6115.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8597c134c7884be8cc09a6270098b92944e76031c3c433c0a6d63b0ffed6dc7 | shasum -a 256