Citaat | Hoge Raad 12 april 1995

Alinea 8 Hoge Raad 12 april 1995

Een alinea uit Hoge Raad 12 april 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1543.

3.3. Onderdeel 3 van het middel berust op de stelling dat belanghebbende aan het einde van het onderhavige boekjaar wegens een nog te ontvangen eindafrekening een schuld aan B had. Deze stelling, waarvan uit 's Hofs uitspraak en de stukken van het geding niet blijkt dat zij reeds voor het Hof te berde is gebracht, kan niet met vrucht voor het eerst in cassatie worden aangevoerd, aangezien de beoordeling van die stelling een onderzoek van feitelijke aard zou vergen, waarvoor in cassatie geen plaats is. Dit onderdeel van het middel kan dus evenmin tot cassatie leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8597c134c7884be8cc09a6270098b92944e76031c3c433c0a6d63b0ffed6dc7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8597c134c7884be8cc09a6270098b92944e76031c3c433c0a6d63b0ffed6dc7, en de alinea staat in dat document op bytes 7395 tot 7981.