Citaat | Hoge Raad 26 april 1995
Alinea 5 Hoge Raad 26 april 1995
Een alinea uit Hoge Raad 26 april 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1561.
3. Beoordeling van het middel 3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. Belanghebbende is werkzaam in dienstbetrekking. Hij verricht zijn werkzaamheden in ploegverband op verschillende plaatsen in het land. Voor het vervoer van belanghebbende en zijn ploeggenoten wordt gebruik gemaakt van een aan de werkgever toebehorende personenauto, een Mercedes 207D. Deze auto - een personeelsbus - is voorzien van logo, naam en adres van de onderneming en is ingericht voor het vervoer van negen personen, de bestuurder daaronder begrepen. Belanghebbende fungeert bij dit vervoer als chauffeur, hetgeen inhoudt dat hij elke dag naar en van het werk moet rijden via een van de woonplaatsen van de te vervoeren collega's afhankelijke route en dat hij na afloop van de werkzaamheden de auto mee naar huis neemt. In een verklaring van de werkgever van belanghebbende is vermeld dat de auto uitsluitend ter beschikking is gesteld voor het vervoer van personeelsleden naar en van het werk en in principe niet voor privé-gebruik beschikbaar is. 3.2. Het in 3.1 overwogene laat geen andere gevolgtrekking toe dan dat de personeelsbus - een kennelijk door de werkgever niet voor belanghebbende bestemde auto - belanghebbende voor het vervoer van hemzelf en zijn ploeggenoten ter beschikking is gesteld. Alsdan valt niet in te zien dat belanghebbende voor de toepassing van artikel 42, lid 3, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 anders moet worden behandeld dan werknemers die als chauffeur werkzaam zijn ten behoeve van bij hun werkgever werkzame functionarissen die de voor hen bestemde personenauto niet zelf plegen te besturen. In het geval dat die chauffeurs, met wie belanghebbende derhalve op één lijn dient te worden gesteld, de door hen bestuurde auto ook voor (eigen) privé-doeleinden hebben gebezigd, dienen zij voor dat privé-gebruik overeenkomstig de gewone regels voor loon in natura te worden belast. 3.3. Het vorenoverwogene brengt mee dat de in artikel 42, lid 3, van de Wet neergelegde regeling in het onderhavige geval toepassing mist. Het middel faalt derhalve. 3.4. 's Hofs uitspraak kan evenwel niet in stand blijven. Na verwijzing dient aan de orde te komen welk bedrag voor privé-gebruik in aanmerking moet worden genomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/87f7a7b7406fa5abb59ab7895250b9f76c74946dfaebdd47485dd06c5c346926. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 87f7a7b7406fa5abb59ab7895250b9f76c74946dfaebdd47485dd06c5c346926, en de alinea staat in dat document op bytes 5037 tot 7303.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/87f7a7b7406fa5abb59ab7895250b9f76c74946dfaebdd47485dd06c5c346926 | shasum -a 256