Citaat | Hoge Raad 7 juni 1995

Alinea 12 Hoge Raad 7 juni 1995

Een alinea uit Hoge Raad 7 juni 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1597.

3.4. Tegen vorenweergegeven oordelen keert zich tevergeefs het middel, aangezien de bestreden oordelen niet blijk geven van een onjuiste rechtsopvatting en, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige in cassatie niet op hun juistheid kunnen worden getoetst. Ze zijn ook niet onbegrijpelijk. Voor zover belanghebbende betoogt dat hij zich reeds in de aan het instellen van het beroep bij het Hof voorafgaande fase bereid heeft getoond de gevraagde inlichting te verschaffen, faalt het betoog bij gebrek aan feitelijke grondslag, nu blijkens de stukken van het geding op 24 december 1990 - de datum waarop belanghebbendes (voorlopige) beroepschrift bij het Hof is ingekomen - beroep is ingesteld bij het Hof en, zoals in het hiervóór in 3.1.4 overwogene is vermeld, eerst bij brief van 2 oktober 1991 de gevraagde inlichting werd aangekondigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e5d3cc5721e660e958eca0df289c07e4fcd5f85e42158d0449e37dfd01e5d51a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e5d3cc5721e660e958eca0df289c07e4fcd5f85e42158d0449e37dfd01e5d51a, en de alinea staat in dat document op bytes 8218 tot 9100.