Citaat | Hoge Raad 28 juni 1995
Alinea 102 Hoge Raad 28 juni 1995
Een alinea uit Hoge Raad 28 juni 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1616.
6.6.De heer Vreugdenhil verwees in zijn toelichting van het amendement naar de noot van Hofstra onder het arrest HR 7 mei 1980, BNB 1980/186. Hofstra sprak van uitgaven die `verder gaan dan hetgeen objectief voor de behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking nuttig is'. `Vergelijking met de handelwijze van anderen' is daarbij een `niet ongeoorloofd' hulpmiddel. In wezen zijn wij dan weer terug bij het normaliteitscriterium van De Langen (zie 3.6), dat weliswaar in de M.v.A. inzake de Wet IB 1964 werd afgewezen, maar in wetenschappelijke kring werd aanvaard (zie 4.2).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7fcae92efb76133c3bc124bbdcaeeadf40deeb12120b12547600367b01f0a210. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7fcae92efb76133c3bc124bbdcaeeadf40deeb12120b12547600367b01f0a210, en de alinea staat in dat document op bytes 34476 tot 35067.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7fcae92efb76133c3bc124bbdcaeeadf40deeb12120b12547600367b01f0a210 | shasum -a 256