Citaat | Hoge Raad 28 juni 1995

Alinea 49 Hoge Raad 28 juni 1995

Een alinea uit Hoge Raad 28 juni 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1616.

"[Deze] finale omschrijving biedt meer ruimte om recht te doen wedervaren aan het - redelijke en objectief bezien verantwoorde - inzicht van de individuele belastingplichtige met betrekking tot de aard en de omvang van de uitgaven die hij zich voor de verwerving van de inkomsten getroost. Het criterium van Prof. De Langen is, taalkundig beschouwd, beperkter, nu het verwijst naar hetgeen zich normaliter als gevolg voordoet, of, weer anders geformuleerd, pleegt voor te doen. Weliswaar is de bedoeling van Prof. De Langen ruimer, aangezien hij onder "normaliter" tevens begrijpt hetgeen (nog) weinig verbreid is maar van goed inzicht getuigt, doch de ondergetekenden achten het onjuist daarop een wetsredactie te gronden. Anderzijds geeft het criterium van Prof. De Langen geen aanwijzing nopens de mate en de aard van de causaliteit, die aftrekbaarheid van een uitgaaf teweeg brengt. Daardoor zou het gevaar ontstaan dat uitgaven die in sterke mate het karakter van persoonlijke behoeftenbevrediging vertonen, maar mede zijn ontstaan (en plegen te ontstaan) ten gevolge van het bezit van een bron van inkomsten, tot de aftrekbare kosten worden gerekend."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7fcae92efb76133c3bc124bbdcaeeadf40deeb12120b12547600367b01f0a210. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7fcae92efb76133c3bc124bbdcaeeadf40deeb12120b12547600367b01f0a210, en de alinea staat in dat document op bytes 18879 tot 20049.