Citaat | Hoge Raad 21 juni 1995
Alinea 35 Hoge Raad 21 juni 1995
Een alinea uit Hoge Raad 21 juni 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1633.
6.4 Wèl dient echter, naar mijn mening, bij het vaststellen van de verrijking van de ene echtgenoot ten koste van de ander, op dezelfde wijze als met geldelijke bijdragen, rekening te worden gehouden met werkzaamheden van de ene echtgenoot in het bedrijf van de ander en/of ten behoeve van de gezamenlijke huishouding en de verzorging en opvoeding van de kinderen, welke arbeid, hoewel op geld waardeerbaar, onbeloond is gebleven. Vgl. het bepaalde in de art. 6.4.2.1 (art. 6:203, M.) lid 3 jo. art. 6.4.2.8 (art. 6:210, M.) NWB omtrent onverschuldigde betaling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0d2ba16f0c8233706c06464fe7b64b54fd4be9c92ca0cbc5bfffdc4b74a73240. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0d2ba16f0c8233706c06464fe7b64b54fd4be9c92ca0cbc5bfffdc4b74a73240, en de alinea staat in dat document op bytes 19416 tot 19992.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0d2ba16f0c8233706c06464fe7b64b54fd4be9c92ca0cbc5bfffdc4b74a73240 | shasum -a 256