Citaat | Hoge Raad 21 juni 1995
Alinea 49 Hoge Raad 21 juni 1995
Een alinea uit Hoge Raad 21 juni 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1633.
2.2.3 Gesteld dat de echtgenote de gehele onderneming dreef en dat er geen ander inkomen was dan uit de onderneming, dan zou op grond van de huwelijksvoorwaarden jaarlijks moeten zijn nagegaan, welk gedeelte van dat inkomen was aangewend voor huishoudelijke kosten. Indien dit inkomen volledig was opgegaan in de huishouding (en er dus geen overschot was dat in het vermogen van de man is terecht gekomen), zou de echtgenote recht hebben op vergoeding van de helft van de huishoudelijke kosten. In de huwelijksvoorwaarden staat evenwel een vervaltermijn van een jaar waar binnen de echtgenote een dergelijk recht geldend zou moeten hebben gemaakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0d2ba16f0c8233706c06464fe7b64b54fd4be9c92ca0cbc5bfffdc4b74a73240. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0d2ba16f0c8233706c06464fe7b64b54fd4be9c92ca0cbc5bfffdc4b74a73240, en de alinea staat in dat document op bytes 24411 tot 25072.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0d2ba16f0c8233706c06464fe7b64b54fd4be9c92ca0cbc5bfffdc4b74a73240 | shasum -a 256