Citaat | Hoge Raad 21 juni 1995
Alinea 74 Hoge Raad 21 juni 1995
Een alinea uit Hoge Raad 21 juni 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1633.
2.3.7 Tenzij zou mogen worden aangenomen, dat belanghebbenden het bestaan een nadere overeenkomst tussen de echtgenoten (anders dan een maatschap of commanditaire vennootschap) hebben gesteld (waarop dan betrekking zou moeten hebben rov. 4.2.2 eerste gedeelte, in verband met rov. 2.2, zie daarover punt 3.1.2 hierna), kan als grondslag voor een vergoedingsrecht in cassatie slechts aan de orde komen hetgeen door het hof is overwogen met betrekking tot de redelijkheid en billijkheid (rov. 4.3 tot en met 4.5 in verband met rov 2.7), dan wel met betrekking tot de aanwezigheid van onvoorziene omstandigheden (rov. 4.6 en 4.7.1 tot en met 4.7.6 in verband met rov. 2.8).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0d2ba16f0c8233706c06464fe7b64b54fd4be9c92ca0cbc5bfffdc4b74a73240. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0d2ba16f0c8233706c06464fe7b64b54fd4be9c92ca0cbc5bfffdc4b74a73240, en de alinea staat in dat document op bytes 33667 tot 34350.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0d2ba16f0c8233706c06464fe7b64b54fd4be9c92ca0cbc5bfffdc4b74a73240 | shasum -a 256