Citaat | Hoge Raad 24 juli 1995

Alinea 5 Hoge Raad 24 juli 1995

Een alinea uit Hoge Raad 24 juli 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1646.

3. Beoordeling van de klachten 3.1. De uitlegging van de standpunten van partijen is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt. 's Hofs oordeel dat tussen partijen niet in geschil is dat de bank reeds bij de uitgifte van de spaarbiljetten wist, althans ervan uitging, dat de rente vrijwel aanstonds na de uitgifte moest worden uitbetaald aan A B.V., is, gelet op de stukken van het geding, niet onbegrijpelijk. Derhalve faalt de primair aangevoerde klacht. 3.2. Aangezien het Hof zijn oordeel niet heeft doen steunen op de bewijsmiddelen van de Inspecteur waartegen door belanghebbende bezwaren waren ingebracht, behoefde het op die bezwaren niet in te gaan. Ook de subsidiair aangevoerde klacht faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/20d945caa8d852a9ba130a07a986dd996a2f1a981c3605fa5f5d44a1c1ec7a5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 20d945caa8d852a9ba130a07a986dd996a2f1a981c3605fa5f5d44a1c1ec7a5e, en de alinea staat in dat document op bytes 4827 tot 5557.