Citaat | Hoge Raad 24 juli 1995
Alinea 4 Hoge Raad 24 juli 1995
Een alinea uit Hoge Raad 24 juli 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1657.
3. Beoordeling van het middel 3.1. In cassatie moet van het volgende worden uitgegaan. Belanghebbende, die zijn hoofdverblijf elders heeft, is sedert 1991 eigenaar van een in de gemeente gelegen gemeubileerde recreatiewoning. Bij overeenkomst van 31 januari 1992 heeft hij deze woning met ingang van 1 maart 1992 op basis van exclusiviteit ter beschikking gesteld aan A voor verhuur aan haar cliënten. De overeenkomst bevat onder meer de volgende bepaling: "Eigenaar zal voor eigen bewoning over de woning kunnen beschikken mits hij hiervan telkens een maand vooraf melding maakt en mits de woning niet reeds gereserveerd is. Doch zal eigen bewoning door eigenaar gedurende de gebruikelijke 16 vakantieweken niet meer bedragen dan 6 weken per jaar met een maximum van 6 weken". De woning is in 1992 gedurende ongeveer 15 weken verhuurd geweest. 3.2. Ingevolge artikel 1 van de Verordening Woonforensenbelasting 1992 wordt in de gemeente onder de naam Woonforensenbelasting een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben er gedurende het belastingjaar meer dan 90 dagen voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning ter beschikking houden. 3.3. Het Hof heeft onder meer geoordeeld dat het enkele feit dat de woning in 1992 gedurende meer dan 90 dagen onverhuurd is gebleven niet tot gevolg heeft dat belanghebbende de woning gedurende meer dan 90 dagen voor zich of zijn gezin beschikbaar heeft gehouden in de zin van artikel 1 van de Verordening omdat het gedurende die dagen onverhuurd zijn van de woning niet wegneemt dat deze toen ingevolge de met A gesloten overeenkomst voor derden en niet voor belanghebbende of diens gezin beschikbaar werd gehouden. En voorts dat ook als de overeenkomst met A aan belanghebbende de ruimte zou bieden de woning desgewenst meer dan 90 dagen per jaar voor zichzelf of zijn gezin beschikbaar te houden daaruit nog niet volgt dat belanghebbende dat ook heeft gedaan. Tegen deze oordelen richt zich het middel. 3.4. Van een gemeubileerde woning, die uitsluitend is bestemd voor verhuur en ook feitelijk door de eigenaar niet anders wordt gebruikt dan nodig is om deze voor de verhuur gereed te maken en te houden, kan niet worden gezegd dat deze door de eigenaar voor zich en zijn gezin ter beschikking wordt gehouden. 3.5. Indien echter een gemeubileerde woning weliswaar is bestemd voor verhuur maar ook in enige mate door de eigenaar zelf wordt gebruikt, anders dan nodig is om deze voor verhuur gereed te maken en te houden, moet worden aangenomen dat die woning door de eigenaar voor zich of zijn gezin beschikbaar wordt gehouden voor het gedeelte van het jaar dat eigen gebruik niet in verband met verhuur of aan derden toegekende rechten tot verhuur is uitgesloten. Het middel is in zoverre gegrond en behoeft voor het overige geen behandeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffa145e55fe762f4b6e558b7dbdf86f00157b24a6ccd8f87cb0cb1d9b9f1a462. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffa145e55fe762f4b6e558b7dbdf86f00157b24a6ccd8f87cb0cb1d9b9f1a462, en de alinea staat in dat document op bytes 5553 tot 8418.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ffa145e55fe762f4b6e558b7dbdf86f00157b24a6ccd8f87cb0cb1d9b9f1a462 | shasum -a 256