Citaat | Hoge Raad 20 september 1995

Alinea 20 Hoge Raad 20 september 1995

Een alinea uit Hoge Raad 20 september 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1682.

3.2. De Inspecteur heeft het in het geding zijnde besluit gegrond op onder meer de overwegingen: dat de onder 3.1.2 vermelde rechtshandelingen achterwege zouden zijn gebleven indien daarmee niet de heffing van vennootschapsbelasting voor het vervolg geheel of ten dele onmogelijk zou worden gemaakt; dat het aangaan van de overeenkomst van geldlening tot een bedrag van ƒ 4.200.000,-- slechts is gericht op het creëren van een rentelast die in mindering kan worden gebracht op de winst van de fiscale eenheid die wordt gevormd door belanghebbende en [B] , terwijl die rente overigens niet leidt tot effectieve belastingheffing bij de in het Verenigd Koninkrijk gevestigde vennootschap die deze rente ontvangt; dat aldus een resultaat wordt bereikt dat in strijd is met de strekking van de fiscale wetgeving.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3eae26e8282c866f476f1a98ea1b17e41f0926aefa2c6b1de7295b3f2e32da53. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3eae26e8282c866f476f1a98ea1b17e41f0926aefa2c6b1de7295b3f2e32da53, en de alinea staat in dat document op bytes 8683 tot 9505.