Citaat | Hoge Raad 11 oktober 1995

Alinea 18 Hoge Raad 11 oktober 1995

Een alinea uit Hoge Raad 11 oktober 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1684.

1.4.De belanghebbende voerde aan dat art. 11, lid 1, aanhef en onder m, Uitv. besl. LB 1965 een uitwerking vormt van art. 34 Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB 1964). Dat artikel geeft de mogelijkheid om bepaalde onder de inkomstenbelasting vallende periodieke uitkeringen onder de loonbelasting te brengen. Stakingsuitkeringen als de onderhavige vormen volgens de belanghebbende geen periodieke uitkeringen in de in art. 34 bedoelde zin, zodat art. 11, lid 1, aanhef en onder m Uitv. besl. LB 1965 onverbindend is. Als subsidiaire stelling deed de belanghebbende een beroep op de vrijstelling voor zgn. fondsuitkeringen (art. 11, lid 2, onder f, Wet LB 1964 (tekst 1989) j? art. 12 onder i Uitvoeringsbeschikking Loonbelasting 1972 (Uitv.besch. LB 1972)).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ddf1dff544d2745a247e7ab7b47cfe9f53cae1931742e2126fc57f7b7fc4c7c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ddf1dff544d2745a247e7ab7b47cfe9f53cae1931742e2126fc57f7b7fc4c7c8, en de alinea staat in dat document op bytes 12811 tot 13582.