Citaat | Hoge Raad 11 oktober 1995
Alinea 49 Hoge Raad 11 oktober 1995
Een alinea uit Hoge Raad 11 oktober 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1684.
5.1.Tegenover de heffing over periodieke uitkeringen van vermogens-, publiek- of familierechtelijke aard en onverplichte uitkeringen, verstrekt door rechtspersonen bij de genieter op grond van art. 25 of 30 Wet IB 1964 staat de aftrekbaarheid van bepaalde periodieke uitkeringen op grond van art. 45 Wet IB 1964 bij de (particuliere) verstrekker. Voor een omschrijving van het begrip periodieke uitkeringen, zoals dat uit de ten aanzien van de artt. 25, 30 en 45 Wet IB 1964 (en hun voorgangers in het besluit IB 1941) gewezen jurisprudentie naar voren komt verwijs ik naar Van Dijck. Thans volstaat dat hierbij moet worden gedacht aan een reeks van - ieder voor zich van een (toekomstige) onzekere gebeurtenis afhankelijke - uitkeringen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ddf1dff544d2745a247e7ab7b47cfe9f53cae1931742e2126fc57f7b7fc4c7c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ddf1dff544d2745a247e7ab7b47cfe9f53cae1931742e2126fc57f7b7fc4c7c8, en de alinea staat in dat document op bytes 21068 tot 21821.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ddf1dff544d2745a247e7ab7b47cfe9f53cae1931742e2126fc57f7b7fc4c7c8 | shasum -a 256