Citaat | Hoge Raad 4 januari 1995
Alinea 6 Hoge Raad 4 januari 1995
Een alinea uit Hoge Raad 4 januari 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3021.
3. Beoordeling van het middel 3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. Krachtens notariële akte van 23 december 1988 heeft belanghebbende van de gemeente Rotterdam een perceel grond in erfpacht gekregen. In opdracht van belanghebbende is op dat perceel een voor de verhuur bestemd kantoorgebouw gesticht. Bij de aanvang van het onderhavige belastingjaar vonden op het perceel bouwactiviteiten plaats. 3.2. In cassatie is de vraag aan de orde of belanghebbende als feitelijk gebruiker in de zin van artikel 273, eerste lid, letter a, van de gemeentewet van het perceel kan worden aangemerkt. 3.3. Het Hof heeft die vraag bevestigend beantwoord op grond van zijn oordeel dat het perceel bij de aanvang van het belastingjaar metterdaad door belanghebbende werd gebruikt. Dit oordeel geeft, gelet op het in 3.1 vermelde, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kan voor het overige als zijnde van feitelijke aard in cassatie niet op zijn juistheid worden onderzocht. Het is niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering dan door het Hof is gegeven. Het middel, uitgaande van de opvatting dat van metterdaad bezigen geen sprake is wanneer wordt gebouwd met het oog op verhuur van het pand aan een derde, faalt derhalve.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3afc75a0ed51390560e09fafe5d0f4a52de9a5d3a2330da0cd93f51794e1f4bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3afc75a0ed51390560e09fafe5d0f4a52de9a5d3a2330da0cd93f51794e1f4bf, en de alinea staat in dat document op bytes 5540 tot 6800.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3afc75a0ed51390560e09fafe5d0f4a52de9a5d3a2330da0cd93f51794e1f4bf | shasum -a 256