Citaat | Hoge Raad 1 februari 1995
Alinea 9 Hoge Raad 1 februari 1995
Een alinea uit Hoge Raad 1 februari 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3038.
3.5. Bij de beoordeling van deze onderdelen moet vooropgesteld worden dat in het algemeen het al dan niet behoren van enig vermogensbestanddeel tot het vermogen van een onderneming afhankelijk is van de wil van de belastingplichtige en dat hij daarbij vrij is mits hij niet de grenzen van de redelijkheid overschrijdt. In het hiervóór in 3.2 weergegeven oordeel ligt besloten dat belanghebbende in de door hem ter hand genomen bedrijfsmatige exploitatie van het onroerende goed ook de garages en de daarboven gelegen appartementen heeft willen betrekken en dat belanghebbende niet de grenzen der redelijkheid heeft overschreden door die vermogensbestanddelen tot zijn ondernemingsvermogen te rekenen. Anders dan middel 2, onderdeel a, betoogt, geeft dit oordeel niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het kan voorts, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige in cassatie niet op zijn juistheid worden getoetst. Het oordeel is niet onbegrijpelijk en evenmin ontoereikend gemotiveerd. Anders dan middel 1, onderdeel a, betoogt, behoefde het Hof niet met zoveel woorden in te gaan op belanghebbendes stelling dat de garages en daarboven gelegen appartementen bij aankoop in 1977 verplicht tot zijn privé-vermogen behoorden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c4792d3d683b301f3f406b4b051b331593a6d14ac30ad3229b1d3a46dcebd8f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c4792d3d683b301f3f406b4b051b331593a6d14ac30ad3229b1d3a46dcebd8f, en de alinea staat in dat document op bytes 7906 tot 9175.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9c4792d3d683b301f3f406b4b051b331593a6d14ac30ad3229b1d3a46dcebd8f | shasum -a 256