Citaat | Hoge Raad 25 januari 1995

Alinea 6 Hoge Raad 25 januari 1995

Een alinea uit Hoge Raad 25 januari 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3041.

3.2. Het Hof heeft, uitgaande van de vaststelling dat belanghebbende als openbare radio-organisatie moet worden aangemerkt, aangenomen dat, nu overigens het tegendeel niet is gebleken, belanghebbende voldeed aan de voor zodanige organisatie gestelde voorwaarden en conform haar statutaire doelstelling programma's verzorgde, die in zodanige mate waren gericht op de bevrediging van de in de gemeenten levende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke behoeften, dat haar programma's geacht kunnen worden van algemeen nut te zijn, en heeft geoordeeld dat de omstandigheid dat deze programma's werden gefinancierd uit de opbrengsten van reclameboodschappen, welke tezamen met die programma's werden uitgezonden, die programma's nog niet tot commerciële uitzendingen maakt, en dat ook belanghebbendes stelling dat de kwaliteit van de programma's mede de hoogte van de reclameopbrengst bepaalde, niet ertoe leidt dat de programma's als aan de reclame ondergeschikt en daarin opgaande moeten worden beschouwd. Op grond van deze oordelen heeft het Hof de vrijstelling, vervat in artikel 11, lid 1, letter n, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet) - behoudens voor zover het de uitzendingen van reclameboodschappen betreft - van toepassing geacht en aftrek van de aan de programma's toegerekende voorbelasting niet toegelaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/25f39bad39e85811be8029559981a491cdcbca17c9e0e62e77f8334ee3c4a4b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 25f39bad39e85811be8029559981a491cdcbca17c9e0e62e77f8334ee3c4a4b1, en de alinea staat in dat document op bytes 5801 tot 7166.