Citaat | Hoge Raad 18 januari 1995
Alinea 11 Hoge Raad 18 januari 1995
Een alinea uit Hoge Raad 18 januari 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3049.
3.4. Hoezeer bij verkrijgingen als de onderhavige waarbij de verkrijgers niet krachtens testament maar bij versterf erfgenamen zijn, zich niet kan voordoen de situatie die gezien voormelde geschiedenis van de Wet van 22 mei 1911 kennelijk de aanleiding vormde voor de - thans - in artikel 25 van de Wet gegeven regeling, dit laat niet toe artikel 25 aldus uit te leggen dat dit artikel niet van toepassing is op gevallen waarin bij versterf wordt verkregen. Immers, de wetgever heeft die regeling niet beperkt tot gevallen waarin met elkaar gehuwde, niet van tafel en bed gescheiden personen krachtens testament verkrijgen maar een regeling in het leven geroepen voor alle gevallen waarin door met elkaar gehuwde, niet van tafel en bed gescheiden personen krachtens erfrecht wordt verkregen, kennelijk omdat - naar zijn opvatting - ook wanneer bij versterf wordt verkregen zich de situatie voordoet dat de verkrijging door ieder van de erfgenamen hetzelfde resultaat heeft als een verkrijging door één van hen. Hierbij moet worden aangenomen dat de wetgever ervan is uitgegaan dat dit resultaat in gevallen waarin de verkrijgers met elkaar zijn gehuwd en niet van tafel en bed zijn gescheiden, wordt teweeggebracht door de vermogensrechtelijke verhoudingen en de verplichtingen elkaar het nodige te verschaffen, zoals die verhoudingen en verplichtingen ingevolge het Burgerlijk Wetboek tussen gehuwde, niet van tafel en bed gescheiden personen bestaan. 3.5. In aanmerking genomen de mate waarin evenbedoelde verhoudingen en verplichtingen bij gehuwd samenwonenden - bij wie gelet op die verhoudingen en verplichtingen van een economische eenheid kan worden gesproken - in het algemeen verschillen van die tussen niet gehuwd samenwonenden heeft de wetgever zonder in strijd te komen met artikel 26 IVBP kunnen oordelen dat verkrijgingen door met elkaar gehuwde personen die niet van tafel en bed zijn gescheiden, voor de berekening van het recht van successie als een verkrijging door een van hen moeten worden aangemerkt. 3.6. De klachten die uitgaan van een andere opvatting, falen derhalve.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/70a00f63cc6ca62c309fa83f8c17d42743b6d969f072a3fd8d405a6352c0b70c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 70a00f63cc6ca62c309fa83f8c17d42743b6d969f072a3fd8d405a6352c0b70c, en de alinea staat in dat document op bytes 8692 tot 10800.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/70a00f63cc6ca62c309fa83f8c17d42743b6d969f072a3fd8d405a6352c0b70c | shasum -a 256