Citaat | Hoge Raad 4 januari 1995
Alinea 97 Hoge Raad 4 januari 1995
Een alinea uit Hoge Raad 4 januari 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3051.
5.5. Door welke oorzaak de Inspecteur het bedrag van de vordering anders vastgesteld heeft, staat in dit geding niet vast, maar dat is voor de toepassing van de foutenleer ook niet van belang. (Het ligt, dunkt mij, het meest voor de hand dat de Inspecteur, toen het er op aan kwam, over het hoofd zag dat de vordering rentedragend was.)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f9360cddbf85d85bba66e71ff6f6b2b5c30a7516c0a06637acf2c7760f88c32b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f9360cddbf85d85bba66e71ff6f6b2b5c30a7516c0a06637acf2c7760f88c32b, en de alinea staat in dat document op bytes 46370 tot 46719.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f9360cddbf85d85bba66e71ff6f6b2b5c30a7516c0a06637acf2c7760f88c32b | shasum -a 256