Citaat | Hoge Raad 11 januari 1995

Alinea 116 Hoge Raad 11 januari 1995

Een alinea uit Hoge Raad 11 januari 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3054.

6.6.Art. 32a Wet LB 1964 stelt voor de aansprakelijkstelling twee min of meer objectieve voorwaarden. De aangesprokene moet bestuurder zijn van de rechtspersoon en er moet sprake zijn geweest van kennelijk onbehoorlijk bestuur. De bestuurder heeft de mogelijkheid zich wat dat laatste betreft te disculperen. Dergelijke objectieve voorwaarden voor strafbaarstelling met mogelijkheid tot levering van tegenbewijs, zijn gelet op het arrest-Salabiaku niet in strijd met art. 6 EVRM.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d37edffbcaa41faf3b404bae112c88e3891bd26b8b79c33520da0860daa95232. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d37edffbcaa41faf3b404bae112c88e3891bd26b8b79c33520da0860daa95232, en de alinea staat in dat document op bytes 40532 tot 41025.