Citaat | Hoge Raad 11 januari 1995
Alinea 35 Hoge Raad 11 januari 1995
Een alinea uit Hoge Raad 11 januari 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3054.
2.2.1.Rechtspersonen werden door de WBA verplicht om, zodra men niet tot betaling van een loonbelastingschuld in staat was, daarvan mededeling te doen aan de ontvanger (art. 32a, lid 1 Wet LB 1964, uitgewerkt in art. 12a, lid 1 Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965). Heeft de rechtspersoon deze melding tijdig en op de juiste wijze gedaan, dan kan de bestuurder van de rechtspersoon voor deze schuld aansprakelijk worden gesteld als aannemelijk is dat de niet-betaling aan hem te wijten is als gevolg van kennelijk onbehoorlijk bestuur in de periode van drie jaar, voorafgaande aan het tijdstip van de mededeling (art. 32, lid 1 onder e j? 32a, lid 2 Wet LB 1964). Ik besprak deze meldingsregeling en aansprakelijkheid in mijn conclusie vóór HR 22 december 1993 nr. 28.672, BNB 1994/151 m.nt. W.A. Sinninghe Damsté (onderdelen 9 en 10) en in mijn conclusie van 30 december 1993 voor de bij Uw Raad onder nr. 28.997 aanhangige zaak (onderdelen 4 t/m 7).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d37edffbcaa41faf3b404bae112c88e3891bd26b8b79c33520da0860daa95232. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d37edffbcaa41faf3b404bae112c88e3891bd26b8b79c33520da0860daa95232, en de alinea staat in dat document op bytes 12954 tot 13924.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d37edffbcaa41faf3b404bae112c88e3891bd26b8b79c33520da0860daa95232 | shasum -a 256