Citaat | Hoge Raad 11 januari 1995
Alinea 58 Hoge Raad 11 januari 1995
Een alinea uit Hoge Raad 11 januari 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3054.
3.3.2.Anders dan art. 32 Invorderingswet 1990 (zie hierna, 3.4.1 e.v.) stelt art. 32a Wet LB 1964 voor de aansprakelijkheid van de bestuurder voor de aan de rechtspersoon opgelegde verhoging niet expliciet de eis dat het aan de bestuurder te wijten is, dat de verhoging werd opgelegd. De verhoging van art. 21 AWR kan echter slechts worden opgelegd indien het aan opzet of grove schuld van de rechtspersoon is te wijten dat geen c.q. te weinig belasting werd afgedragen. Het begrip kennelijk onbehoorlijk bestuur bestrijkt een ruimere sfeer dan het begrip grove schuld. Aannemend dat van - aan de rechtspersoon toe te rekenen - opzet of grove schuld sprake is, zal het belopen van de verhoging derhalve ook een gevolg zijn van kennelijk onbehoorlijk bestuur van de toenmalige bestuurders en derhalve aan hen kunnen worden verweten. Voor de individuele bestuurder bestaat een disculpatiemogelijkheid (zie 2.2.2.).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d37edffbcaa41faf3b404bae112c88e3891bd26b8b79c33520da0860daa95232. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d37edffbcaa41faf3b404bae112c88e3891bd26b8b79c33520da0860daa95232, en de alinea staat in dat document op bytes 22624 tot 23552.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d37edffbcaa41faf3b404bae112c88e3891bd26b8b79c33520da0860daa95232 | shasum -a 256