Citaat | Hoge Raad 22 maart 1995

Alinea 6 Hoge Raad 22 maart 1995

Een alinea uit Hoge Raad 22 maart 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3066.

3.2. Voor het geval in cassatie wordt geklaagd dat het horen van een ter zitting van het gerechtshof verschenen belanghebbende, die blijkens de uitspraak van het gerechtshof en de stukken van het geding kennelijk de Nederlandse taal niet voldoende be- heerst, heeft plaatsgevonden zonder de bijstand van een tolk, dient de uitspraak de redenen in te houden waarom zulks is geschied.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f76d02447dcbf448af22117f6e3368fd247998c42b5e3da9011578c102e7a0fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f76d02447dcbf448af22117f6e3368fd247998c42b5e3da9011578c102e7a0fd, en de alinea staat in dat document op bytes 6497 tot 6893.