Citaat | Hoge Raad 8 maart 1995

Alinea 6 Hoge Raad 8 maart 1995

Een alinea uit Hoge Raad 8 maart 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3068.

3.2. Het Hof heeft geoordeeld dat de lezing van de Inspecteur met betrekking tot de totstandkoming, de omvang en de inhoud van de op 10 maart 1989 bereikte overeenstemming de meest waarschijnlijke is. Dit oordeel is van feitelijke aard en niet onbegrijpelijk, zodat het in cassatie niet met vrucht kan worden bestreden. Het Hof heeft aan dit oordeel terecht de conclusie verbonden dat in dezen sprake is van een compromis in de zin van het arrest van de Hoge Raad van 25 november 1992, BNB 1993/63, zodat het belanghebbende niet vrijstaat, behoudens ten aanzien van de tipgelden, bij veranderd inzicht in bezwaar en beroep alsnog zijn bezwaren tegen de aanslag naar voren te brengen. Middel 1, dat zich tegen 's Hofs hiervóór weergegeven oordelen richt, faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5b072b87ee31c649a298a4d55b348387ca21d23f074506a150744a4ce8b1074b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5b072b87ee31c649a298a4d55b348387ca21d23f074506a150744a4ce8b1074b, en de alinea staat in dat document op bytes 7256 tot 8041.