Citaat | Hoge Raad 15 maart 1995
Alinea 22 Hoge Raad 15 maart 1995
Een alinea uit Hoge Raad 15 maart 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3094.
3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan: [A] , sinds 1972 woonachtig in België, bezat tot in 1980 alle certificaten van aandelen in de [B] B.V. te [Q] (hierna: [B] ). Op 29 mei 1980 werden drie besloten vennootschappen opgericht: belanghebbende, [C] B.V. en [D] B.V., alle gevestigd te [Z] , en ieder met een aandelenkapitaal van ƒ 100.000,-- (hierna: de Holdings), waarvan alle aandelen door [A] zijn genomen. [A] heeft op 17 december 1980 die aandelen volgestort door inbreng van 40% van de certificaten van aandelen [B] , ter waarde van ƒ 4.950.489,-- in belanghebbende, eveneens 40% van die certificaten ter waarde van ƒ 4.950.489,-- in [C] B.V., en de overige 20% van de certificaten, ter waarde van ƒ 2.475.244,-- in [D] B.V. Vervolgens heeft [A] , eveneens op 17 december 1980, de aandelen in de Holdings ingebracht in de op de Nederlandse Antillen gevestigde vennootschap [E] N.V., van welke vennootschap hij in 1979 alle aandelen had verworven In januari 1981 heeft [B] aan de Holdings in totaal ƒ 5.060.000,-- dividend uitgekeerd dan wel schuldig erkend. Op 5 mei 1981 kochten de Holdings ieder 40% van haar bij [E] N.V. uitstaande aandelen in voor onderscheidenlijk ƒ 2 miljoen, ƒ 2 miljoen en ƒ 1 miljoen. De inbreng van de certificaten [B] in de Holdings hield verband met de wens van [A] aan de toepassing van de in Boek 2 BW neergelegde structuurregeling te ontkomen. De inbreng in [E] N.V. van de aandelen in de Holdings en de inkoop van de aandelen door de Holdings hadden ten doel dividendbelasting te besparen. Belanghebbende heeft ter zake van voormelde inkoop van aandelen een bedrag van ƒ 2.141,--, zijnde 15% van de door haar behaalde winst, aan dividendbelasting afgedragen. De Inspecteur heeft zich voor het Hof uiteindelijk op het standpunt gesteld dat de verschuldigde dividendbelasting dient te worden gesteld op 15% van het ter zake van de inkoop van de aandelen verschuldigd geworden bedrag van ƒ 2 miljoen. Belanghebbende heeft voor het Hof het standpunt ingenomen dat dividendbelasting diende te worden afgedragen over genoemd bedrag van ƒ 2 miljoen, verminderd met het op de ingekochte aandelen gestorte bedrag, zijnde 40% van ƒ 4.950.489,--, tegen een tarief van 15%, derhalve tot een bedrag van ƒ 2.970,--, zodat de naheffingsaanslag ƒ 829,-- dient te bedragen. Het Hof heeft de aanslag overeenkomstig die berekening verminderd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e022cceee9cee76cf1a4cbcd1f217f5d96905dfdd272686d4f304c95c2626c18. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e022cceee9cee76cf1a4cbcd1f217f5d96905dfdd272686d4f304c95c2626c18, en de alinea staat in dat document op bytes 7752 tot 10158.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e022cceee9cee76cf1a4cbcd1f217f5d96905dfdd272686d4f304c95c2626c18 | shasum -a 256