Citaat | Hoge Raad 20 september 1995
Alinea 4 Hoge Raad 20 september 1995
Een alinea uit Hoge Raad 20 september 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3103.
3. Ambtshalve aanwezig bevonden grond tot cassatie 3.1. Blijkens de stukken van het geding is ter griffie van het Hof op 15 november 1993 een geschrift ontvangen betreffende een aan belanghebbende opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 1991, volgens dat geschrift gedagtekend 12 november 1993. 3.2. De inhoud van dat geschrift en de overige stukken van het geding laten geen andere gevolgtrekking toe dan dat belanghebbende bedoeld heeft bezwaar te maken tegen voormelde aanslag. 3.3. Het vorenoverwogene brengt mee dat de Voorzitter, en in verzet het Hof, het in 3.1 bedoelde geschrift ten onrechte als een beroepschrift hebben aangemerkt en derhalve ten onrechte aandacht hebben geschonken aan het al dan niet tijdig betaald zijn van het griffierecht. Ingevolge artikel 5, lid 1, van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken is immers slechts griffierecht verschuldigd voor een bij de rechter in belastingzaken ingesteld beroep. De Voorzitter, en in verzet het Hof, hadden zich derhalve uitsluitend moeten afvragen hoe met het in 3.1 bedoelde geschrift diende te worden gehandeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff6df812540db0c7628ce711afa78287634d1b36144ede8edfb7d072589c188f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff6df812540db0c7628ce711afa78287634d1b36144ede8edfb7d072589c188f, en de alinea staat in dat document op bytes 6016 tot 7165.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ff6df812540db0c7628ce711afa78287634d1b36144ede8edfb7d072589c188f | shasum -a 256